De jeneverbes is een bijzondere boom, die ook als struik voorkomt. Het is de meest voorkomende naaldboom op aarde, die in Nederland beschermd is. Hij kan groeien als een zuilvormige boom of als laaggroeiende of kruipende struik. De zuilvormige boom wordt ook wel ´cipres van het Noorden´ genoemd. Jaargetijden kent de altijd groene jeneverbes slechts tijdens zijn bloei in mei.
Juniperus communis (Lat.) Commom Juniper (Eng.) Genévrier, savin, sabine (Frans) Wacholder, Machandel (Duits) Cupressaceae – cypresfamilie |
Naamgeving
Het woord juniperus is afgeleid van het Latijnse woord juvis, jongere. Parere betekent verschijnen, baren. Dit heeft te maken met het verschijnsel dat de nieuwe bessen verschijnen voordat de oude zijn afgevallen. De naam Juniperus werd al door de Romeinen gebruikt. Het Duitse woord Wacholder komt van het Oud-Germaanse wachal = fris, altijd groen. In het Duitse taalgebied komt men ca. 150 verschillende namen tegen. Sommige namen hangen met het gebruik samen. In Pommeren spreekt men van Kniste- of Knastebusch, wat te maken heeft met het geluid van de brandende takken.
De jeneverbesboom wordt ook wel schildwacht, orakelbessen, wachelbeer, januverboom en pekke genoemd. Oude namen zijn krammetboom, machandel, lambeeren. Jenever is afgeleid van juniperus. De Nederlandse Jeneverbes levert een bijzondere smaak en geur aan de Hollandse jenevers.
![]() |
Gestalte
De jeneverbes, soms boom, soms struik, heeft vaak grillige vormen. De kroon is zo dicht dat er bijna geen licht door valt. Daardoor ziet men hem op enige afstand als donkere silhouetten. Mensen hebben daarin vaak bovenmenselijke gestalten gezien, vooral bij mistig weer of in de schemering op de heide. Jeneverbes is één van de drie inheemse naaldhoutsoorten in Nederland. De struik of boom is sterk vertakt . De scherpe, priemvormige naalden staan in kransen van drie rond de takken. Zij zijn aan de bovenkant blauwgroen, aan de onderkant sapgroen. Bloei
De Gewone Jeneverbes bloeit in april-mei en is tweehuizig, d.w.z. dat mannelijke en vrouwelijke bloemen niet op een plant voorkomen. Beide bloemsoorten verschijnen in mei. De mannelijke bloemen zijn geelachtig, de vrouwelijke groenig gekleurd. Ze zijn weinig opvallend. Het stuifmeel wordt door de wind meegevoerd.
Mannelijke bloemen | Vrouwelijke bloemen |
![]() |
![]() |
Vruchten
Het rijpen van de bessen strekt zich uit over twee jaar. De vrouwelijke zaadschubben vormen in het eerste jaar zwartblauwe (schijn)bessen . Pas na de overwintering nemen zij een donkerblauwe kleur aan, waarover een waslaag ligt met een licht dauweffect. De zaden zijn zwak driekantig, lichtbruin en met een harde schil.
Schors
De grijs-tot roodbruine schors is dun en vrij glad en laat bij oudere planten los in de vorm van lange, pluizige schilfers. Jeneverbes groeit heel langzaam omdat hij veel zijtakken vormt. Bomen bereiken in 10 jaar slechts een hoogte van 1 m. Uiteindelijk kan hij 10 m hoog worden. Hij kan onder gunstige omstandigheden 500 tot 2000 jaar oud worden.
![]() |
Verspreidingsgebied
Jeneverbes komt in Nederland voor op arme zandverstuivings-en heidelandschappen, maar ook overal in Europa vanaf de kust van het ijsmeer tot het Zuiden van Spanje, Sicilië, Griekenland en het Noord-Afrikaanse Gebergte. Hij komt ook voor in het Zuiden van Groenland en in Noord-Amerika. In de Alpen vinden we hem tot een hoogte van 1600 m. Hij heeft voor zijn groei open landschappen nodig zoals zand-rots-, puin en heidelandschappen. Hij groeit ook in lichte dennen-en eikenbossen. Op de heide wordt hij om zijn stekende naalden door de schapen gemeden.
Jeneverbes is belangrijk voor een aantal insecten zoals de jeneverbeskever, jeneverbesmot en de schorskever. De mannelijke bloemen zijn stuifmeelleveranciers voor bijen.
Soorten
De zeer variabele Jeneverbes wordt in een aantal ondersoorten verdeeld. Bij ons is de Juniperus communis het meest bekend. Een ondersoort hiervan is de Juniperus communis ‘Hibernica’, die ook geschikt is voor heidetuinen. Hij kan daar het beste als solitair geplant worden. In de Alpen groeit de Juniperus alpina , een dwergstruik met meestal liggende takken en niet stekende naalden. In rotstuinen zien we ook wel eens de Juniperus sabina, een laagblijvende vorm. Juniperus phoenicea is een struik of kleine boom met een compacte, brede kroon.
![]() |
Snoeien
Jeneverbes hoeft niet gesnoeid te worden. Door het verwijderen van de zijtakken ontstaan er kale plekken, die nooit meer dichtgroeien. Onder een zware sneeuwlast kunnen takken naar buiten uitzakken en dat komt dan nooit meer goed. Sneeuw dus afschudden!
Gebruik
De bessen bevatten ca. 1% jeneverbesolie die als smaakstof aan alcoholische dranken wordt toegevoegd. Het hout is zacht, maar taai, elastisch, moeilijk te splijten en heeft een lange levensduur. Insecten lusten het niet. Het ruikt kamferachtig aromatisch. De kern is roodbruin en het spinthout geelachtig. Jeneverbes houdt van een droge humusarme, maar wel mineraalrijke bodem. Leemgrond is daarom zeer geschikt. Hij heeft veel zon nodig om de bessen tot rijping te laten komen. In de winter kan hij goed vorst verdragen, in de zomer aanhoudende droogte. Hij staat mooi in combinatie met den, berk, heide, brem, lijsterbes, wilde rozen, toortsen, anjers, tijm en grassen. Hij is ook geschikt voor heggen. Verplanten verdraagt hij niet goed.
Jeneverbes houdt van een droge humusarme, maar wel mineraalrijke bodem. Leemgrond is daarom zeer geschikt. Hij heeft veel zon nodig om de bessen tot rijping te laten komen. In de winter kan hij goed vorst verdragen, in de zomer aanhoudende droogte. Hij staat mooi in combinatie met den, berk, heide, brem, lijsterbes, wilde rozen, toortsen, anjers, tijm en grassen. Hij is ook geschikt voor heggen. Verplanten verdraagt hij niet goed. Potloden die vaak Juniperus virginiana vervaardigd worden, hebben heel speciale cederhoutgeur. Het jeneverbeshout fijn houtsnijwerk, draaiers-, meubel- inlegwerk gebruikt worden. dikste hout maakte men vroeger schuttingpalen, houten emmers, pijpen, wandelstokken zwepen. wordt nog steeds roken worst, vlees vis daardoor uniek aroma krijgen.
De takken werden gebruikt voor het vlechten van kransen en manden. Uit het hout kan ook etherische olie gewonnen worden. Van jeneverbesgom, vermengd met lijnolie maakte men vroeger vernis voor schilderijen. Verouderde toepassingen zijn het uitroken van gebouwen na een pestepidemie, het vervaardigen van magische bekers uit dikke takken.
![]() |
In de Middeleeuwen was de Jeneverbes één van de belangrijkste planten in de geneeskunde. De oogst van de bessenpegels was uiterst moeizaam door de stekende naalden. Jeneverbes houdt van een droge humusarme, maar wel mineraalrijke bodem. Leemgrond is daarom zeer geschikt. Hij heeft veel zon nodig om de bessen tot rijping te laten komen. In de winter kan hij goed vorst verdragen, in de zomer aanhoudende droogte. Hij staat mooi in combinatie met den, berk, heide, brem, lijsterbes, wilde rozen, toortsen, anjers, tijm en grassen. Hij is ook geschikt voor heggen. Verplanten verdraagt hij niet goed. Potloden die vaak Juniperus virginiana vervaardigd worden, hebben heel speciale cederhoutgeur. Het jeneverbeshout fijn houtsnijwerk, draaiers-, meubel- inlegwerk gebruikt worden. dikste hout maakte men vroeger schuttingpalen, houten emmers, pijpen, wandelstokken zwepen. wordt nog steeds roken worst, vlees vis daardoor uniek aroma krijgen.
![]() |
Mythologie en volksgebruik
Bij de Kelten was de Jeneverbes aan Balder gewijd, bij de Grieken aan Hermes. Dit heeft vast wel te maken met het altijd groene uiterlijk van de boom, de aangename geur van hout, blad en vruchten. De Germanen gebruikten het hout bij de verbranding van doden en bij offers. Wij weten dit omdat er op een Germaans urnenveld achter Vlodrop houtskool van jeneverbes is aangetroffen.
Volgens mensen van vroegere tijden woonde er een goede geest in de jeneverboom. Daarom mocht deze niet gekapt worden. In veel streken wordt het Mariabeeld omkranst met jenevertwijgen. Volgens een oude legende heeft Maria, op de vlucht voor de soldaten van Herodes, tussen de takken ven een jeneverboom geschuild.
Een drankje uit jeneverbessen beschermt tegen kwade invloeden en maakt onzichtbaar. Je kon ook in een jeneverstruik veranderen die zo prikte, dat iedereen er van af bleef. Alle vermoeidheid verdwijnt als men zich onder een jeneverstruik ter ruste legt.
Wanneer men op het Duitse eiland Rügen een huis bouwde, stopte men een jenevertak in het fundament om zo de duivel op afstand te houden. In oude Duitse vakwerkhuizen vindt men nog steeds jenevernaalden onder de vloer, bedoeld als bescherming tegen muizen.
Bron Brigit Kahlert 2003, bewerking Rudi Van Overloop 2008