De banaan is een geslacht van 70-80 soorten niet-winterharde, groenblijvende overblijvende planten. De plant die de bananen levert is er één van. Verscheidene kleinere siersoorten zijn wel geschikt voor teelt in een kas, maar ze hebben wel veel ruimte nodig. Het geslacht is genoemd naar Antonius Musa die lijfarts was van Keizer Augustus (63-14 voor Christus).
Standplaats
Algemeen vragen bananen een hoge luchtvochtigheid en veel licht, ook tijdens de wintermaanden.
De droge lucht doet de bladranden indrogen.
Overwintering als kuipplant of kamerplant
Vraagt voldoende licht, ook in de wintermaanden.
Kunstmatige belichting kan nuttig zijn in donkere periodes.
Blijft meestal het gans jaar binnen staan (achter glas) omdat het bij ons ´s zomers ook nog te koud is.
Minimum kamertemperatuur in de wintermaanden is 12° C.
De kamer mag ook in de winter stevig verwarmd worden zolang de lucht voldoende vochtig blijft (50-60 % relatieve vochtigheid).
![]() |
Potcultuur
De banaan verdampt erg veel water. Een watergeefsysteem, zoals druppelbevloeiiing is sterk aan te raden. Omdat de banaan ook in de winter blijft doorgroeien moet er ook in de winter, elke maand eens bemest worden. In de zomer elke week of om de veertien dagen. De groeikracht van de banaan is sterk. Een jonge plant moet dan ook meerdere malen verpot worden, tot hij na enige tijd in een flinke container staat. Het beste grondmengsel is samengesteld uit een derde klei of leem, een derde bladaarde of naaldenbosgrond en een derde verrotte koemest. De potten of kuipen moeten een goede waterafvoer bezitten.
De uit zaad voortgekweekte bananen zijn eigenlijk voor de kamer veel te groot. Veel geschikter zijn de kleinere, gekweekte vormen.
Ziekten en plagen
Verdroogde bladeren zijn een oorzaak van watergebrek of een te lage luchtvochtigheid.
Soorten en cultivars
![]() |
Musa basjoo is afkomstig uit Japan en kan mits een aangepaste bescherming tegen vorst redelijk goed buiten gehouden worden. Deze vezelachtige plant groeit vrij snel uit tot 4 meter hoog. De cultivar ; ´Sakhalin´ behoort qua winterhardheid tot de meest betrouwbare tuinbananen voor ons klimaat. Kan in de volle grond tot meer dan 5 meter opgroeien. Hij moet vanwege het grote kwetsbare blad wel beschut staan tegen harde wind. Deze zeer decoratieve banaan sterft na de eerste nachtvorst in de herfst bovengronds af, maar wanneer hij een flink pak winterbedekking krijgt komt hij in het voorjaar weer met een of meerdere forse groeischeuten terug. |
![]() |
Musa ensete is een bananensoort zonder uitlopers die tot 10 m hoog kan groeien in zijn natuurlijke habitat. Bij ons gemiddeld een 3 tal meter. Hij wordt vaak aangeduid als de zaaibanaan. Alhoewel hij vaak als kamerplant wordt aangeboden is de plant door zijn omvang daarvoor niet echt geschikt. De bladeren met een rode middennerf kunnen tot 5 m lang en 1 m breed worden. Door hun grote omvang worden ze in de lente ook vaak naar buiten gebracht. Als kuipplant vooral te houden in grotere serres of oranjerietuinen. Ook in de tuin kunnen ze, mits voldoende beschut, in zachte winters overleven. De door de wind ingesneden bladeren geven de planten een imposant uiterlijk. Hoe ouder ze worden hoe vorstbestendiger. Vruchten droog met zwarte zaden. |
![]() |
Musa acuminata, de dwergbanaan is een kleine bananensoort afkomstig uit tropisch Azië. Het is de wijdstverspreide wilde soort en wordt beschouwd als de belangrijkste ouder van de huidige generatie eetbare bananen. Hij wordt tot 2 m hoog met elliptische, hangende bladeren van 60-90 cm lang en 30 cm breed. Ze zijn nauw verwant aan de echte cultuurbananen. Musa acuminata ´Dwarf Cavendish´, de dwergbanaan is een speciale kweekvorm van de kleine bananensoort tot 2 m hoog met elliptische bladeren van 60-90 cm lang en 30 cm breed. Ze zijn nauw verwant aan de echte cultuurbananen en worden vrij courant aangeboden. |
![]() |
Musa paradisiaca is een gekweekte (hybride) banaanvorm van de tropen ontstaan uit de kruising van Musa acuminata x Musa balbisiana. Bij ons komt de plant vrijwel nooit tot bloei door de korte zomers. Vruchten ontstaan dan ook enkel in grote verwarmde kassen. Bladeren tot 3 meter groot. Deze eetbare bananen ziet u meestal op vakantie met vruchten zonder zaden. Musa paradisiaca ´Lady Finger´ is een selectie die maximaal 4.5 m hoog wordt en is daarom beter geschikt voor de tuin, ook omdat dit ras minder gevoelig is voor virusziekten en hij lagere temperaturen kan verdragen. |
![]() |
Musa sikkimensis is een aanwinst voor iedere tuinliefhebber. Deze soort is vrij goed winterhard, vrijwel vergelijkbaar met Musa basjoo. Kenmerkend is het wat stevigere blad, met aan de bovenkant vaak wat rode vlekken en met aan de onderzijde een roze waas. Hij komt van nature voor in de bergbossen van het Himalayagebied in het noordoosten van India op 2000 meter hoogte. Tot ruim 4 meter hoogte met een stamdikte tot 45 cm! |
![]() |
Musa velutina is een kleinblijvende banaan, tot max. 1,5 meter hoog. De prachtige, donkerroze bloem verschijnt al na een maand of 5. Daarna verschijnen eetbare, vrij zoete dwergbanaantjes, vol met kleine zwarte zaden. Door z´n beperkte omvang is deze soort zeer geschikt als kuipplant. Tevens een van de weinige bananen, die ook binnenshuis kan bloeien en vrucht dragen. Deze banaan is koudebestendig, maar is wellicht onvoldoende winterhard voor ons buitenklimaat, daarom toch meest geschikt als terras of kuipplant. |
![]() |
Musa ´Chini Champa´ is geschikt voor in een kuip door zijn compacte groei van 1.70 m hoog. De stam en de bladstelen zijn mooi donkerrood. Afgezien van de fraaie kleuren is deze banaan ook interessant vanwege het gemak, waarmee hij vrucht kan dragen. De banaantjes zijn ook uitermate smakelijk. De naam Chini betekent suiker en Champa staat voor de geur van een magnoliabloem. Zeer geschikt voor op het terras of een veranda. |